Saturday, 22 October 2016

Brexit, een oefening in separatisme



Vier maanden zijn verlopen sedert de Britse kiezers bij referendum nipt besloten de Europese Unie na 43 jaar lidmaatschap vaarwel te willen zeggen. Sedertdien zijn er tonnen inkt gevloeid en miljoenen woorden uitgesproken, maar is er zelfs nog geen begin van oplossing van het probleem dat op tafel ligt. Men tast en zoekt, want het gegeven is onuitgegeven. De verwarring is logisch: het gaat hier meer om een oefening in separatisme dan om het afsluiten van een wat speciaal verdrag.

 Het verhaal is bekend: de enige regel die voorzien is voor een lidstaat die de Unie wil verlaten – lange tijd hebben eminente juristen gesteld dat je uit de Unie niet kon uittreden - is artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Dat schrijft een notificatie voor vanwege de lidstaat die weg wil, waarna een termijn van twee jaar begint te lopen die eindigt met het niet langer toepassen van de Verdragen op de staat in kwestie. De termijn kan wel verlengd worden.

 Voorzien is dat een ‘overeenkomst’ wordt onderhandeld tussen de Unie en de lidstaat over de ‘regelingen voor de uittreding’ en over ‘het kader van de toekomstige relatie’. Die overeenkomst moet door de Raad van staatshoofden en regeringsleiders goedgekeurd worden met gekwalificeerde meerderheid. In feite gaat het om een zeer hoge meerderheid van 72 % van de leden van de Raad (zonder de Britten) die minstens 65 % van de overblijvende bevolking vertegenwoordigen. Vooraf moet echter de ‘instemming’ van het Parlement (met gewone meerderheid en ook de Britten die nog meestemmen) ingewonnen worden.


‘Kleine voetnoot: het Nederlandse kabinet vroeg en verkreeg
 in 1972 van Londen ook restricties op het vrij verkeer 
van immigranten uit het Commonwealth!’


 Dat is de enige vingerwijzing over wat er gaat gebeuren. In haar toespraak tot het partijcongres van de Conservatieven in Birmingham op 5 oktober, benadrukte premier Theresa May (foto, met minister van Buitenlandse Zaken Boris Johnson) dat ze zal weerstaan ‘aan de druk om constant commentaar te geven op de onderhandelingen.’ Het enige wat ze kwijt wou is dat de notificatie ‘niet later dan eind maart’ zal worden ingediend, dat haar regering een ‘Great Repeal Act’ aan het Brits parlement zal voorleggen in het volgende parlementair jaar (na de zomer van 2017), die de European Communities Act van 1972 moet vervangen, en dat ze wil dat ‘de autoriteit van de EU-wetten in dit land voor eens en voor altijd moet eindigen’.

 Gezien aan de overkant van het Kanaal onder meer door bondskanselier Angela Merkel – nog even de echte chef van de EU - is gesteld dat Brussel niet zal bewegen vooraleer Londen de notificatie indient, zijn het die beperkte commentaren van May waarmee we het moeten stellen. De rest is ruis, vanwege kibbelende ministers in het Brits kabinet, vanwege talloze politici die hun eigen mening wel eens kwijt willen. De oefening is natuurlijk ongewoon, geen louter verdragswijziging, geen nieuwe samenwerking, maar het uiteenrafelen van een verregaande samenwerking tussen 1 en 27 andere lidstaten binnen hetzelfde verband. Alsof een deelstaat zich zou afscheiden van een staat, hoewel ook weer niet helemaal.

Heath
  

  De toetreding van Groot-Brittannië 43 jaar geleden - met Denemarken en Ierland in het zog omdat ze zo sterk verbonden waren met de Britse economie - was ook een totaal nieuw gegeven. De grote deal werd toen na twee jaar aftasten onder vier ogen gemaakt tussen de Franse president Georges Pompidou en de Britse premier Edward Heath. De eerste had de deur opengezet voor de Britten, uit de (ongegronde) vrees voor Willy Brandts toenadering tot de Russen. Maar onder druk van zijn eigen gaullistische achterban - die De Gaullles veto’s tegen Londen cultiveerde – vond hij het acquis communautaire uit, het beginsel dat nieuwkomers geen wijzigingen kunnen aanbrengen aan wat de (zes) leden van de club wettelijk al waren overeengekomen.

  Heath, de enige Britse premier ooit die echt geloofde dat zijn land in de Unie thuishoorde en er een leidende rol in moest spelen, aanvaardde die voorwaarden. In ruil bedong hij wat kleine concessies (zoals een uitzonderingsysteem voor de toen nog belangrijke import van Nieuwzeelandse boter zonder dewelke het Commonwealth niet mee zou goedkeuren). Hij moest wel een te hoge financiële bijdrage betalen - zij het dat die geleidelijk werd opgebouwd – en op termijn de rol van het pond sterling als reservemunt van de wereld opgeven (wat toch al aan het gebeuren was). Kleine voetnoot: het Nederlandse kabinet vroeg en verkreeg van Londen ook restricties op het vrij verkeer van immigranten uit het Commonwealth!


‘Hopelijk zal het volstaan dat Londen even dreigt met tarieven op Duitse wagens om die discussie over nieuwe
 douanes meteen weer te smoren’


 Tussen de zes bestaande en de vier nieuwe lidstaten (Noorwegen deed ook mee, maar viel af na een referendum) werd toen, in 1972 een uitermate summier Verdrag van Toetreding van drie artikels ondertekend, en een Act van 8 artikels, die vooral het princiep van het acquis verankerden. De European Communities Act die Heath toen na een lang gevecht kon laten goedkeuren in Commons en Lords - en waarover May het had - zette het acquis communautaire meteen om in Britse wetgeving. Daardoor kon ook al de volgende Europese wetgeving automatisch Britse wet worden.

 Als May nu een Great Repeal Act in het vooruitzicht stelt - waarover verdere gegevens ontbreken - dan is die ongetwijfeld bedoeld om de omgekeerde beweging goed te keuren, ergens in het voorjaar van 2018. Het zou de zaken ontzettend vereenvoudigen natuurlijk mocht daarbij aan Britse kant nog even de ambitie opzijgezet worden om de Europese regelgeving meteen te wijzigen. May zal politiek onder druk staan om zoiets te doen naar de verkiezingen van begin 2020 toe, maar juridisch kan het niet vooraleer de Europese wetgeving ophoudt rechtsgeldig te zijn. Uiteraard kan men wijzigingspaketten wel al apart voorbereiden, voor net na het moment waar op de Act in voege treedt.

Markt 


 Het werken op die manier zou nog een ander voordeel hebben: heel het wetgevend arsenaal kan uit de onderhandelingen worden gehouden vooraleer de scheiding een feit is. Men moet enkel voor de dag waarop de wettelijke overgang van Europees naar louter Brits recht is vastgelegd, een institutioneel vehikel van permanent overleg tussen de Unie en Groot-Brittannië voorzien, waarin conflicten rond nieuwe Britse of nieuwe Europese wetgeving met weerslag op de andere partij worden uitgepraat en bijgesteld.

 De kern van de discussie na de scheiding zal dan over de toegang tot de Europese markt gaan. De EU is in 1958 begonnen als een douane-unie, een zone zonder interne douane-tarieven en quota’s, en met een extern douane-tarief, waaruit ook de noodzaak van het gezamenlijk afsluiten van handelsverdragen voortspruit. Vanaf de jaren tachtig is daar de eengemaakte markt aan toegevoegd, wat wil zeggen dat men ook de technische specificaties en etikettering van producten ging harmoniseren, voor zover die een hinderpaal konden gaan vormen voor het vrij handelsverkeer (dat laatste is in de EU voor sommige produkten heel breed geïnterpreteerd, voor andere weer niet). Voor goederen is die operatie vandaag vergevorderd. Voor diensten, na de halve mislukking van de ambities voor de Dienstenrichtlijn ruim tien jaar geleden, veel minder.

 Scheiden en wederzijds tarieven en quota’s op nul houden, is de meest logische weg, al kan bij elke EU-lidstaat de verleiding ontstaan om daarvan af te wijken. In dat laatste geval kan het opbod beginnen, al zal het hopelijk volstaan dat Londen even dreigt met tarieven op Duitse wagens om die discussie over nieuwe douanes meteen weer te smoren. De buurlanden van Groot-Brittannië hebben er alleszins geen enkel belang bij.


‘Zwitserland heeft net als Noorwegen een overeenkomst met een à la carte toegang tot de Europese interne markt’


 Scheiden en de interne markt handhaven is al veel moeilijker omdat de geharmoniseerde EU-wetgeving verder zal evolueren op een wijze die de Britten niet altijd willen en omgekeerd. Daar zal dus veel overleg over nodig zijn, in het te voorziene permanent institutioneel overleg. De financiële sector van Londen, die overigens een dienstensector is, staat daarin centraal.

  Het heikele punt is het vrij verkeer van personen, goederen, kapitalen en diensten (dat zoals we al opmerkten minstens voor de diensten verre van volmaakt is). Groot-Brittannië wil zijn immigratie beperken, van buiten de EU, maar meer nog van binnen de EU, omdat de jongste tien jaar bijna een miljoen immigranten vanuit Centraal- en Oost-Europa in het land op zoek is gegaan naar werk. Brussel zegt formeel geen afwijking te willen toestaan, of enkel als die gepaard gaat met restricties voor de Britten op de toegang tot de Europese markt.

Juncker

 Maar gaat de soep zo heet gegeten worden? Europees Commissaris voor Sociale Zaken Marianne Thyssen onderhandelt al vele maanden op pogingen om het loonverschil te verkleinen tussen Poolse of Roemeense en duurdere lokale werknemers die in West-Europa hetzelfde werk verrichten. Dat verschil wordt veroorzaakt door de regeling dat iedereen in eigen land sociale bijdragen kan betalen aan de daar heersende tarieven. De Franse premier Manuel Valls heeft er al mee gedreigd de Europese wetgeving niet langer toe te passen als die loonkloof niet verkleind wordt.

 Daarnaast is Commissie-voorzitter Jean-Claude Juncker op 19 september een ‘zachte toestemming’ gaan geven aan de nieuwe Zwitserse wet waarmee het parlement in Bern het referendumbesluit van  februari 2014 in afgezwakte vorm uitvoert. In die volksraadpleging vroeg de Zwitserse kiezer de instelling van een jaarlijks migratie-plafond. Een dergelijk idee was begin 2014 in politiek correct Europa nog taboe, en dus leek het referendum de vrije toegang van Zwitserland tot de Europese markt - geregeld in tien aan elkaar verbonden verdragen tussen Bern en Brussel uit 2002 - op de helling te zetten. Sindsdien is er echter de vluchtelingencrisis van 2015 geweest en hebben onder meer de EU-lidstaten Oostenrijk en Hongarije een migratieplafond ingevoerd. Beieren wil er ook een.


‘Men moet hopen dat de Britse politieke klasse, die zich in dit dwaas verhaal nog eens extra dwaas heeft gedragen, haar les heeft geleerd, en dus ook kiest voor een Brexit met de minste schokken’


 Zwitserland heeft net als Noorwegen een overeenkomst met een à la carte toegang tot de Europese interne markt. Noorwegen bijvoorbeeld heeft zijn landbouw en visserij daar uitdrukkelijk buitengehouden, en ziet zijn import in de Unie dus aan controles onderworpen. Het à la carte bij die twee landen is echter gezien de onderlinge verhoudingen (de Unie telt minstens 50 maal zoveel inwoners als elk van die landen) relatief. De facto ondergaan ze veel Europese wetgeving zonder er mee over te beslissen, ook al wordt daar formeel in permanente bilaterale commissies over overlegd. Met Groot-Brittannië (1/13de van de bevolking van de Unie, en mede door de financiële sector een zesde van de economie van de Unie) zouden die verhoudingen natuurlijk minder disproportioneel zijn. En zou er dus meer à la carte kunnen zijn.

 Veel is ook te doen rond al de handelsverdragen die de Unie heeft gesloten met heel veel landen in de wereld en die Groot-Brittannië nu allemaal opnieuw zal uit moeten onderhandelen. Dat kan vele tientallen jaren in beslag nemen en dus voor grote onzekerheid zorgen. Maar ook daar lijkt de meest pragmatische oplossing dat Londen de bestaande verdragen met instemming van de tegenpartij gewoon overneemt, en dat beide ze verlengen totdat er een nieuw is, of totdat een van beide het opzegt.

Vechtscheiding


 Buiten die handelsrelaties zijn er natuurlijk nog andere kwesties te regelen, zoals bij elke staatkundige afscheiding: de verdeling van het geld en de budgetten, de inboedel (gebouwen vooral), het lot van ambtenaren, de internationale mandaten. Intern moet de Unie haar stemprocedures bij de besluitvorming herschikken, nu een dikke brok stemmen gaat verdwijnen. Maar wie merkt hoe Heath destijds zonder verpinken een zware factuur aanvaardde, of hoe Tsjechië en Slovakije in 1992 in een paar weken die boedelscheiding afwerkten, kan daar niet echt grootse hinderpalen in onderscheiden. Monetair is er ditmaal amper een probleem gezien het pond na 1999 buiten de euro is gebleven.

 De timing kan nog een kwestie van diplomatieke fine-tuning worden. De deadline van twee jaar van artikel 50 is een zwaard van Damocles. Stel dat Groot-Brittannië zijn Great Repeal Act goedkeurt, rond het einde van de onderhandelingstermijn ergens in maart 2019, dan vervalt de toepassing van de Verdragen op hetzelfde moment. Er is in princiep - en louter juridisch bekeken - dus geen onderhandelingsdruk op de rest van de besprekingen, over de inboedel en vooral over de nieuwe handelsrelatie en de toegang tot de interne markt. Al is, voor een propere afwikkeling van de scheiding, natuurlijk best alles aan alles gebonden.

 Samengevat: met goede wil van beide zijden is veel mogelijk. Van de zijde van de naaste buren hoeft tegen de meest zachte overgang de minste weerstand verwacht te worden, gezien zij de Britten als buur houden en zowel qua handel- als qua personenverkeer vlotte toegang en goede samenwerking als wenselijk zouden moeten beschouwen. Hardere standpunten vanuit verder in de Unie dreigen eerder tot interne conflicten binnen de Unie zelf te zullen leiden. Een vechtscheiding met Londen kan heel snel op een nieuw interne crisis van de Unie uitdraaien, de zoveelste in evenveel jaren.

 Blijft over: de Britten zelf. Men moet aanvaarden dat als vooral de oudere generatie Engelsen voor Brexit heeft gestemd, en dat dus met 43 jaar kennis van zaken heeft gedaan, er een ernstig probleem was. En dat het dus logisch is, het weer eens apart te proberen. Misschien lukt dat, misschien loutert die ervaring en beseffen de Britten over tien jaar eindelijk hoezeer Murdochs tabloids hen hebben belogen over de Unie.

 Want noch voordien, noch nu is er geen enkele indicatie dat Groot-Brittannië het veel beter gaat hebben in de toekomst, dan toen het lid was van de EU. Het blijft een gok, zelfs zonder dat we al weten wat de resultaten van de scheidingsonderhandelingen zullen zijn. Een gok die evengoed dramatisch verkeerd kan aflopen, in Little England, zonder Schotland, steeds meer in zichzelf gekeerd en bekrompen, en insulair verarmend, zoals Ierland dat eeuwenlang was. In die zin moet men hopen dat de Britse politieke klasse, die zich in dit dwaas verhaal nog eens extra dwaas heeft gedragen, haar les heeft geleerd. En dus ook kiest voor een Brexit met de minste schokken.


 





Friday, 7 October 2016

De nieuwe slag om de waarheid





Er is, vooral onder impuls van internet en de sociale media, een nieuwe slag om ‘de waarheid’ aan de gang. Zowel bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen als bijvoorbeeld in de Russische media in de aanloop naar het nieuwe Nederlandse rapport over vlucht MH 17 werd met de nieuwe technieken het oude adagium van Joseph Goebbels toegepast: als je een leugen maar massaal herhaald wordt ze wel waarheid. Maar is wat vandaag gebeurt dan zo nieuw?

 Een paar weken geleden bracht het Britse weekblad The Economist een omslagverhaal over ‘post-truth politics’. De aanleiding was het feit dat de Republikeinse presidentskandidaat Donald Trump zo gemakkelijk wegkomt met onwaarheden zoals die over de geboorte-acte van president Obama. Het blad verwees ook naar de bewering van het Brexit-kamp in het gelijknamige Britse referendum van 23 juni, als zou bij het verlaten van de EU per week 350 miljoen pond vrijkomen voor de nationale ziekteverzekering NHS.

 Het weekblad definieerde ‘post-truth politics’ als ‘het zich baseren op beweringen die als waar aanvoelen, maar geen basis hebben in feiten’. Op zich is zoiets niets nieuws, maar nieuw is volgens The Economist wel ‘dat ooit het doel van politiek liegen er in bestond een verkeerde visie van de wereld te verspreiden’. Bij Trump daarentegen ‘is het er niet op gericht de elite te overtuigen, maar om vooroordelen te versterken’.


‘Julius Caesar was zijn eigen meesterlijke spindoctor in uitermate vlot geschreven beschrijvingen van zijn oorlogen, waarin zijn eigen heldhaftigheid en helder inzicht subtiel werd aangesmeerd’


 Het weekblad ging verder in zijn analyse met op te merken dat vandaag ‘de emoties tellen en niet de feiten’, dat wantrouwen en woede de massa leidt, ook tegenover ‘de opinie van experten en gevestigde instellingen’, en dat al die fenomenen worden versterkt door de versplintering van de media in een hyper-concurrentiële markt. Finaal slaagt het blad - dat al een tijd niet meer het niveau haalt van twintig jaar geleden - er niet in te overtuigen dat er fundamenteel iets veranderd is met de zoektocht naar waarheid in onze tijd, en bouwt het een defensieve stelling op dat de elites ‘een taal van weerlegging’ moeten beginnen ontwikkelen.

Hitler

 Liegen en feiten verdraaien in de politiek is zo oud als de straat. Twee en half millennia geleden beschreef de bedaarde Thucydides al uitgebreid hoe de volksdemagoog Alcibiades, steenrijk, verwend, womaniser (afgewisseld met af en toe een jongen) en arrogant, de Atheners in een oorlog met Sparta stortte, die de glorierijke stadsstaat van Pericles (de oom van Alcibiades) fataal werd. Julius Caesar, vierhonderd jaar later, was zijn eigen meesterlijke spindoctor in uitermate vlot geschreven beschrijvingen van zijn oorlogen, waarin zijn eigen heldhaftigheid en helder inzicht subtiel werden aangesmeerd.

 In ieders herinnering is Comical Ali, de woordvoerder van Saddam Hoessein die in 2003 - toen nog zonder internet - bleef beweren dat er niets aan de hand was terwijl de Amerikanen al in Bagdad stonden. En al wie de voorbije jaren bij de herinnering aan de Eerste Wereldoorlog de herdrukte kranten-artikels van 1914 heeft kunnen lezen, zal wel gemerkt hebben dat er in die tijd nog veel meer fantasierijk met het nieuws werd omgesprongen dan vandaag. Bij de Duitsers was er toen enkel de berichtgeving van de opperste legerleiding, die er tot 1918 in slaagde te doen geloven dat er louter overwinningen werden geboekt. Toen het hongerende volk na vier jaar ontbering dan plots vernam dat de finale nederlaag er zat aan te komen, ontplofte de volkswoede.

 Het voorbeeld van Duitsland toont ook aan hoe destabiliserend de leugen kan zijn. Na de leugenachtige belofte dat Duitsland ging winnen, nam generaal Ludendorff, de pre-facistische en feitelijke dictator van het land in die jaren, op het moment dat hij de nederlaag zag aankomen, snel ontslag. Zo kon hij des te beter de mythe verspreiden dat het de revolutionaire burgers waren die de legerleiding een dolk in de rug hadden gestoken.


‘Zelfs de lokale krant van een van die eilandenstaatjes in de Stille Oceaan kan je vandaag in real time downloaden en betalen’


 Zo legde hij de humus waarin Hitler groot werd, die Duitsland en Europa in nieuwe, nooit verkende niveaus van geweld en misdadigheid zou storten. De quasi democratisch verkozen Hitler was echter ook de emanatie van een illusie: een diep verlangen bij de Duitse bevolking naar terugkeer naar de gouden tijden van 1914, die door de nederlaag van 1918, de Grote Inflatie van 1923 en de beurscrash van 1929 verder dan ooit leken. Daarvoor konden enkel de heersende politici de schuldigen zijn en werd elke schreeuwende nieuwkomer als bevrijder binnengehaald. Er waren in de Weimar-republiek wel degelijk media die weerwerk boden tegen de nationalistische pathos, maar zij werden overstemd.

Murdochisatie

  Is er dan niets aan de hand vandaag? Toch wel. De wijze waarop mensen zich informeren is op een kwarteeuw tijd immens veranderd. Eind van de jaren tachtig kon je in de Europese hoofdstad Brussel op hoop en al zes plekken op vrijdagmorgen de nieuwe Economist kopen. Per post kwam die op dinsdag in je bus. Wilde je na 17 uur een gegeven opzoeken, bijvoorbeeld een korte biografie van Einstein, dan moest je ofwel een encyclopedie in huis hebben ofwel wachten tot de bib de volgende dag om 9 uur weer open ging. En als je nieuws uit pakweg Oostenrijk wou volgen, kon je ofwel een Oostenrijkse krant per post laten toekomen - met dagen vertraging dus - ofwel een moeizame poging wagen om via een kortegolf-zender de internationale uitzendingen van de Oostenrijkse radio te capteren. Een stadsplan vinden van een buitenlandse stad kon je enkel door er ter plaatse een te kopen.

 Vandaag is die samenleving van schaarse informatie door de revolutie van internet en draadloze telefonie omgezet in een van overvloed. Zelfs de lokale krant van een van die eilandenstaatjes in de Stille Oceaan kan je in real time downloaden en betalen. Toen de Amerikanen op 2 mei 2011 in Abbottabad Osama Bin Laden ombrachten, ging de tweet van een inwoner van die stad die helikopters hoorde binnen enkele minuten de wereld rond. Persconferenties, toespraken, concerten en webcams van de andere kant van de wereld zijn rechtstreeks te volgen, zoals trouwens elk zichzelf respecterend parlement (en straks ook de gemeenteraden). Zoek op Google ‘Albert Einstein’ en je krijgt 60 miljoen hits (waarbij de kunst er in bestaat de degelijke te vinden).

 Dit heeft een geweldige impact gehad op de media natuurlijk, die plots in een hyper-concurrentiële informatie-omgeving zijn terecht gekomen. Daardoor is een tendens versterkt, die al aan het doorbreken was voor het internet: de Murdochisatie van de media (foto: The Times en The Sun over hetzelfde onderwerp, in 1984 en in 2011: de ene evolueerde dichter naar de andere). Het was inderdaad Rupert Murdoch die vanaf de jaren zeventig het businessmodel van informatiemedia ging enten op datgene wat huis-aan-huisbladen en sommige radio- en tv-stations in de VS al deden. Publiciteit diende niet langer als stoplap om de prijs van de informatie te verlagen, maar werd de essentie van mediabedrijven. Daar komen de inkomsten vandaan, terwijl informatie als kost net voldoende laag moet worden gehouden om toch nog geloofwaardig te blijven als drager van de publiciteit.


'Smaad, eerroof en laster zijn vandaag zo courant als vliegen, maar zeker de nog steeds tergend traag evoluerende justitiemachine kan zoiets niet aan' 



 Dat model overheerst vandaag, en heeft zelfs de inhoud van wat ooit ‘kwaliteitsmedia’ werd genoemd doen verschuiven: van institutioneel nieuws uit macro-perspectief met nadruk op (geschreven of gesproken) analyse en ratio, naar visueel, geïndividualiseerd en gepersonaliseerd, emotioneel, en rechtstreeks gebracht nieuws. De verschuiving is ook thematisch. El Pais moet in Europa zowat de laatste krant zijn die nog begint - vanaf pagina 2 - met internationaal nieuws, met daarna het politieke, economische, culturele enzovoort.

 Vandaag domineren de thema’s die een kwarteeuw geleden het monopolie van volksere kranten en tabloids waren: politie en criminaliteit, rampen en ongevallen, sport, en celebrities en een vleugje seks. Het horrorscenario dat vijftien jaar geleden werd voorspeld - dat het internet gedomineerd zou worden door geldezels als geweld, harde porno en sport - is maar heel gedeeltelijk uitgekomen. Uiteindelijk blijft het de amorfe mainstream-opinion die het meest publiciteit oplevert, ook voor de nieuwe grote online media-spelers als Facebook, Google en andere Instagrams.

 De combinatie van die twee tendenzen - murdochisatie en internet - is een oververhit informatie-aanbod waarin de emotie domineert, en waarin de jacht op de advertentie-inkomsten de drijvende kracht blijft. Zijdelings is er het effect dat iedereen zijn eigen medium is, van Facebook tot Twitter, en dat niet altijd beseft, zoals de tonnen bagger bewijzen die gefrustreerde mannen over vrouwelijke politici op Twitter uitspuwen. Smaad, eerroof en laster zijn vandaag zo courant als vliegen, maar zeker de nog steeds tergend traag evoluerende justitiemachine kan zoiets niet aan.

Fake-twitters

  Mensen en instellingen die een media-boodschap willen uitdragen, moeten met die nieuwe evoluties rekening houden. Op het hoogste niveau van de wereldpolitiek moeten ze dus trachten er greep op te krijgen. Barack Obama gebruikte als eerste internet als volwaardig campagne-middel in 2008, zij het vooral om via de profilerings-databanken van Google selectiever potentiële kiezers te kunnen aantrekken.

 Rechtstreeks greep krijgen op de immense communicatiestroom is in eerste instantie uitgeprobeerd door grote dictaturen die daar nood aan hadden, zoals het regime van Vladimir Putin, op de voet gevolgd door China. Bij beide is de techniek om de verspreiding van negatieve verhalen over het bewind tegen te houden, verfijnd. In Beijing gebeurt dat vooral op repressieve wijze - via afsluitmechanismen van het internet -, in Rusland door een overaanbod te creëren waarbij de negatieve boodschap via sociale media verdronken wordt in een oceaan van reacties.

 Dat laatste wordt zelfs mechanisch gegenereerd, via een overvloed van fake-twitters die ongeveer dezelfde boodschap uitsturen bijvoorbeeld. Die techniek zou ook het campagne-team van Donald Trump gebruiken, op het moment dat Hillary Clinton boodschappen de wereld instuurt die de Republikeinse kandidaat pijn kunnen doen.

 Al die evoluties kunnen behoorlijk destabiliserend werken en doen dat vandaag ook. De westerse wereld is daar kwetsbaar voor omdat hij zich, zoals in de vroege jaren dertig van vorige eeuw, in een langdurige fase van economische crisis bevindt die de bevolking ontevreden houdt en vatbaar maakt voor fluitende rattenvangers. Zoals toen reageert het regerende establishment verkrampt, door ofwel zich in te kapselen tegen de nieuwe trends, ofwel ze radicaal en artificieel achterna te lopen, waarbij men vooral zichzelf belachelijk maakt. Dat ook de democratie op die manier achter een leugen kan aanhollen die haar fataal wordt, bewezen zowel het Athene van Alcibiades als het Duitsland van Ludendorff.


‘Gratis informatie bestaat niet. Dat is in het beste geval een illusie, in de meeste gevallen een corrumpering van feiten, in de ergste variante een permanent herhaalde leugen’


 Anderzijds is er niets nieuws aan de strijd tussen feiten en verdraaiingen, tussen waarheid en leugens, ook al zijn de omstandigheden van dat gevecht andermaal radicaal veranderd. In het eerste decennium van de 20ste eeuw braken in Groot-Brittannië de tabloids door. Dat waren spotgoedkope kranten die heel de bevolking – waarvan grote delen maar recent hadden leren lezen – bereikten met sensationele koppen, dito foto’s en zo min mogelijk tekst. Daarbij ging het een beetje over politiek, maar vooral over ogenschijnlijk banale onderwerpen als criminaliteit, roddels over beroemdheden of het (toen nog vrij nieuwe gegeven van) sport. Het effect daarvan had verscheidene jaren een detabiliserende en verlammende werking op de Britse politieke klasse, en verklaart mee waarom Groot-Brittannië in augustus 1914 toch mee de oorlog op het continent aanging.

Ratio

 Er is echter geen andere keuze dan het dagelijks gevecht om de waarheid en de feiten te blijven voeren. Dat moet gebeuren met het inzicht in de snelle evolutie van de informatie-technologie, en dus ook met de nodige inzet om die te beheersen en aan te wenden in de dienst van verlichting en vooruitgang in plaats van die van het obscurantisme. 

 Daarbij blijft de boodschap gelden dat enkel ratio, een open geest en respect voor feiten in staat zijn oplossingen uit te vinden en toe te passen voor de vele en vaak grote maatschappelijke problemen. En blijft het ook zinvol mensen van in hun kinderjaren te leren vragen stellen over hun bronnen van informatie: wat zijn de harde feiten,  kan die specifieke informatie betrouwbaar zijn, wie zegt wat en vooral met welk doel, waarom lekt iets uit en wie zou daar belang bij kunnen hebben?

 Inmiddels evolueert ook het media-landschap weer verder, en ziet men een reactie groeien tegen de door commercialisering gecorrumpeerde, en door besparingen steeds minder betrouwbare klassieke media. Er onstaan niches op het internet, waarbij een of meerdere journalisten hun expertise in een bepaalde sector gebruiken om originele en betrouwbare informatie te brengen. Die verkopen zij uiteraard, in de financieel-economische sector zelfs aan dure prijzen, zodat er geen publiciteit nodig is.

 Het media-verhaal van de komende decennia wordt dat wie betrouwbare informatie wil er best voor betaalt, zoals je dat ook doet voor fraaie mode, dure auto’s of de film-database voor op de flat screen. Gratis informatie bestaat niet. Dat is in het beste geval een illusie, in de meeste gevallen een corrumpering van feiten, in de ergste variante een permanent herhaalde leugen.