Saturday, 22 October 2016

Brexit, een oefening in separatisme



Vier maanden zijn verlopen sedert de Britse kiezers bij referendum nipt besloten de Europese Unie na 43 jaar lidmaatschap vaarwel te willen zeggen. Sedertdien zijn er tonnen inkt gevloeid en miljoenen woorden uitgesproken, maar is er zelfs nog geen begin van oplossing van het probleem dat op tafel ligt. Men tast en zoekt, want het gegeven is onuitgegeven. De verwarring is logisch: het gaat hier meer om een oefening in separatisme dan om het afsluiten van een wat speciaal verdrag.

 Het verhaal is bekend: de enige regel die voorzien is voor een lidstaat die de Unie wil verlaten – lange tijd hebben eminente juristen gesteld dat je uit de Unie niet kon uittreden - is artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Dat schrijft een notificatie voor vanwege de lidstaat die weg wil, waarna een termijn van twee jaar begint te lopen die eindigt met het niet langer toepassen van de Verdragen op de staat in kwestie. De termijn kan wel verlengd worden.

 Voorzien is dat een ‘overeenkomst’ wordt onderhandeld tussen de Unie en de lidstaat over de ‘regelingen voor de uittreding’ en over ‘het kader van de toekomstige relatie’. Die overeenkomst moet door de Raad van staatshoofden en regeringsleiders goedgekeurd worden met gekwalificeerde meerderheid. In feite gaat het om een zeer hoge meerderheid van 72 % van de leden van de Raad (zonder de Britten) die minstens 65 % van de overblijvende bevolking vertegenwoordigen. Vooraf moet echter de ‘instemming’ van het Parlement (met gewone meerderheid en ook de Britten die nog meestemmen) ingewonnen worden.


‘Kleine voetnoot: het Nederlandse kabinet vroeg en verkreeg
 in 1972 van Londen ook restricties op het vrij verkeer 
van immigranten uit het Commonwealth!’


 Dat is de enige vingerwijzing over wat er gaat gebeuren. In haar toespraak tot het partijcongres van de Conservatieven in Birmingham op 5 oktober, benadrukte premier Theresa May (foto, met minister van Buitenlandse Zaken Boris Johnson) dat ze zal weerstaan ‘aan de druk om constant commentaar te geven op de onderhandelingen.’ Het enige wat ze kwijt wou is dat de notificatie ‘niet later dan eind maart’ zal worden ingediend, dat haar regering een ‘Great Repeal Act’ aan het Brits parlement zal voorleggen in het volgende parlementair jaar (na de zomer van 2017), die de European Communities Act van 1972 moet vervangen, en dat ze wil dat ‘de autoriteit van de EU-wetten in dit land voor eens en voor altijd moet eindigen’.

 Gezien aan de overkant van het Kanaal onder meer door bondskanselier Angela Merkel – nog even de echte chef van de EU - is gesteld dat Brussel niet zal bewegen vooraleer Londen de notificatie indient, zijn het die beperkte commentaren van May waarmee we het moeten stellen. De rest is ruis, vanwege kibbelende ministers in het Brits kabinet, vanwege talloze politici die hun eigen mening wel eens kwijt willen. De oefening is natuurlijk ongewoon, geen louter verdragswijziging, geen nieuwe samenwerking, maar het uiteenrafelen van een verregaande samenwerking tussen 1 en 27 andere lidstaten binnen hetzelfde verband. Alsof een deelstaat zich zou afscheiden van een staat, hoewel ook weer niet helemaal.

Heath
  

  De toetreding van Groot-Brittannië 43 jaar geleden - met Denemarken en Ierland in het zog omdat ze zo sterk verbonden waren met de Britse economie - was ook een totaal nieuw gegeven. De grote deal werd toen na twee jaar aftasten onder vier ogen gemaakt tussen de Franse president Georges Pompidou en de Britse premier Edward Heath. De eerste had de deur opengezet voor de Britten, uit de (ongegronde) vrees voor Willy Brandts toenadering tot de Russen. Maar onder druk van zijn eigen gaullistische achterban - die De Gaullles veto’s tegen Londen cultiveerde – vond hij het acquis communautaire uit, het beginsel dat nieuwkomers geen wijzigingen kunnen aanbrengen aan wat de (zes) leden van de club wettelijk al waren overeengekomen.

  Heath, de enige Britse premier ooit die echt geloofde dat zijn land in de Unie thuishoorde en er een leidende rol in moest spelen, aanvaardde die voorwaarden. In ruil bedong hij wat kleine concessies (zoals een uitzonderingsysteem voor de toen nog belangrijke import van Nieuwzeelandse boter zonder dewelke het Commonwealth niet mee zou goedkeuren). Hij moest wel een te hoge financiële bijdrage betalen - zij het dat die geleidelijk werd opgebouwd – en op termijn de rol van het pond sterling als reservemunt van de wereld opgeven (wat toch al aan het gebeuren was). Kleine voetnoot: het Nederlandse kabinet vroeg en verkreeg van Londen ook restricties op het vrij verkeer van immigranten uit het Commonwealth!


‘Hopelijk zal het volstaan dat Londen even dreigt met tarieven op Duitse wagens om die discussie over nieuwe
 douanes meteen weer te smoren’


 Tussen de zes bestaande en de vier nieuwe lidstaten (Noorwegen deed ook mee, maar viel af na een referendum) werd toen, in 1972 een uitermate summier Verdrag van Toetreding van drie artikels ondertekend, en een Act van 8 artikels, die vooral het princiep van het acquis verankerden. De European Communities Act die Heath toen na een lang gevecht kon laten goedkeuren in Commons en Lords - en waarover May het had - zette het acquis communautaire meteen om in Britse wetgeving. Daardoor kon ook al de volgende Europese wetgeving automatisch Britse wet worden.

 Als May nu een Great Repeal Act in het vooruitzicht stelt - waarover verdere gegevens ontbreken - dan is die ongetwijfeld bedoeld om de omgekeerde beweging goed te keuren, ergens in het voorjaar van 2018. Het zou de zaken ontzettend vereenvoudigen natuurlijk mocht daarbij aan Britse kant nog even de ambitie opzijgezet worden om de Europese regelgeving meteen te wijzigen. May zal politiek onder druk staan om zoiets te doen naar de verkiezingen van begin 2020 toe, maar juridisch kan het niet vooraleer de Europese wetgeving ophoudt rechtsgeldig te zijn. Uiteraard kan men wijzigingspaketten wel al apart voorbereiden, voor net na het moment waar op de Act in voege treedt.

Markt 


 Het werken op die manier zou nog een ander voordeel hebben: heel het wetgevend arsenaal kan uit de onderhandelingen worden gehouden vooraleer de scheiding een feit is. Men moet enkel voor de dag waarop de wettelijke overgang van Europees naar louter Brits recht is vastgelegd, een institutioneel vehikel van permanent overleg tussen de Unie en Groot-Brittannië voorzien, waarin conflicten rond nieuwe Britse of nieuwe Europese wetgeving met weerslag op de andere partij worden uitgepraat en bijgesteld.

 De kern van de discussie na de scheiding zal dan over de toegang tot de Europese markt gaan. De EU is in 1958 begonnen als een douane-unie, een zone zonder interne douane-tarieven en quota’s, en met een extern douane-tarief, waaruit ook de noodzaak van het gezamenlijk afsluiten van handelsverdragen voortspruit. Vanaf de jaren tachtig is daar de eengemaakte markt aan toegevoegd, wat wil zeggen dat men ook de technische specificaties en etikettering van producten ging harmoniseren, voor zover die een hinderpaal konden gaan vormen voor het vrij handelsverkeer (dat laatste is in de EU voor sommige produkten heel breed geïnterpreteerd, voor andere weer niet). Voor goederen is die operatie vandaag vergevorderd. Voor diensten, na de halve mislukking van de ambities voor de Dienstenrichtlijn ruim tien jaar geleden, veel minder.

 Scheiden en wederzijds tarieven en quota’s op nul houden, is de meest logische weg, al kan bij elke EU-lidstaat de verleiding ontstaan om daarvan af te wijken. In dat laatste geval kan het opbod beginnen, al zal het hopelijk volstaan dat Londen even dreigt met tarieven op Duitse wagens om die discussie over nieuwe douanes meteen weer te smoren. De buurlanden van Groot-Brittannië hebben er alleszins geen enkel belang bij.


‘Zwitserland heeft net als Noorwegen een overeenkomst met een à la carte toegang tot de Europese interne markt’


 Scheiden en de interne markt handhaven is al veel moeilijker omdat de geharmoniseerde EU-wetgeving verder zal evolueren op een wijze die de Britten niet altijd willen en omgekeerd. Daar zal dus veel overleg over nodig zijn, in het te voorziene permanent institutioneel overleg. De financiële sector van Londen, die overigens een dienstensector is, staat daarin centraal.

  Het heikele punt is het vrij verkeer van personen, goederen, kapitalen en diensten (dat zoals we al opmerkten minstens voor de diensten verre van volmaakt is). Groot-Brittannië wil zijn immigratie beperken, van buiten de EU, maar meer nog van binnen de EU, omdat de jongste tien jaar bijna een miljoen immigranten vanuit Centraal- en Oost-Europa in het land op zoek is gegaan naar werk. Brussel zegt formeel geen afwijking te willen toestaan, of enkel als die gepaard gaat met restricties voor de Britten op de toegang tot de Europese markt.

Juncker

 Maar gaat de soep zo heet gegeten worden? Europees Commissaris voor Sociale Zaken Marianne Thyssen onderhandelt al vele maanden op pogingen om het loonverschil te verkleinen tussen Poolse of Roemeense en duurdere lokale werknemers die in West-Europa hetzelfde werk verrichten. Dat verschil wordt veroorzaakt door de regeling dat iedereen in eigen land sociale bijdragen kan betalen aan de daar heersende tarieven. De Franse premier Manuel Valls heeft er al mee gedreigd de Europese wetgeving niet langer toe te passen als die loonkloof niet verkleind wordt.

 Daarnaast is Commissie-voorzitter Jean-Claude Juncker op 19 september een ‘zachte toestemming’ gaan geven aan de nieuwe Zwitserse wet waarmee het parlement in Bern het referendumbesluit van  februari 2014 in afgezwakte vorm uitvoert. In die volksraadpleging vroeg de Zwitserse kiezer de instelling van een jaarlijks migratie-plafond. Een dergelijk idee was begin 2014 in politiek correct Europa nog taboe, en dus leek het referendum de vrije toegang van Zwitserland tot de Europese markt - geregeld in tien aan elkaar verbonden verdragen tussen Bern en Brussel uit 2002 - op de helling te zetten. Sindsdien is er echter de vluchtelingencrisis van 2015 geweest en hebben onder meer de EU-lidstaten Oostenrijk en Hongarije een migratieplafond ingevoerd. Beieren wil er ook een.


‘Men moet hopen dat de Britse politieke klasse, die zich in dit dwaas verhaal nog eens extra dwaas heeft gedragen, haar les heeft geleerd, en dus ook kiest voor een Brexit met de minste schokken’


 Zwitserland heeft net als Noorwegen een overeenkomst met een à la carte toegang tot de Europese interne markt. Noorwegen bijvoorbeeld heeft zijn landbouw en visserij daar uitdrukkelijk buitengehouden, en ziet zijn import in de Unie dus aan controles onderworpen. Het à la carte bij die twee landen is echter gezien de onderlinge verhoudingen (de Unie telt minstens 50 maal zoveel inwoners als elk van die landen) relatief. De facto ondergaan ze veel Europese wetgeving zonder er mee over te beslissen, ook al wordt daar formeel in permanente bilaterale commissies over overlegd. Met Groot-Brittannië (1/13de van de bevolking van de Unie, en mede door de financiële sector een zesde van de economie van de Unie) zouden die verhoudingen natuurlijk minder disproportioneel zijn. En zou er dus meer à la carte kunnen zijn.

 Veel is ook te doen rond al de handelsverdragen die de Unie heeft gesloten met heel veel landen in de wereld en die Groot-Brittannië nu allemaal opnieuw zal uit moeten onderhandelen. Dat kan vele tientallen jaren in beslag nemen en dus voor grote onzekerheid zorgen. Maar ook daar lijkt de meest pragmatische oplossing dat Londen de bestaande verdragen met instemming van de tegenpartij gewoon overneemt, en dat beide ze verlengen totdat er een nieuw is, of totdat een van beide het opzegt.

Vechtscheiding


 Buiten die handelsrelaties zijn er natuurlijk nog andere kwesties te regelen, zoals bij elke staatkundige afscheiding: de verdeling van het geld en de budgetten, de inboedel (gebouwen vooral), het lot van ambtenaren, de internationale mandaten. Intern moet de Unie haar stemprocedures bij de besluitvorming herschikken, nu een dikke brok stemmen gaat verdwijnen. Maar wie merkt hoe Heath destijds zonder verpinken een zware factuur aanvaardde, of hoe Tsjechië en Slovakije in 1992 in een paar weken die boedelscheiding afwerkten, kan daar niet echt grootse hinderpalen in onderscheiden. Monetair is er ditmaal amper een probleem gezien het pond na 1999 buiten de euro is gebleven.

 De timing kan nog een kwestie van diplomatieke fine-tuning worden. De deadline van twee jaar van artikel 50 is een zwaard van Damocles. Stel dat Groot-Brittannië zijn Great Repeal Act goedkeurt, rond het einde van de onderhandelingstermijn ergens in maart 2019, dan vervalt de toepassing van de Verdragen op hetzelfde moment. Er is in princiep - en louter juridisch bekeken - dus geen onderhandelingsdruk op de rest van de besprekingen, over de inboedel en vooral over de nieuwe handelsrelatie en de toegang tot de interne markt. Al is, voor een propere afwikkeling van de scheiding, natuurlijk best alles aan alles gebonden.

 Samengevat: met goede wil van beide zijden is veel mogelijk. Van de zijde van de naaste buren hoeft tegen de meest zachte overgang de minste weerstand verwacht te worden, gezien zij de Britten als buur houden en zowel qua handel- als qua personenverkeer vlotte toegang en goede samenwerking als wenselijk zouden moeten beschouwen. Hardere standpunten vanuit verder in de Unie dreigen eerder tot interne conflicten binnen de Unie zelf te zullen leiden. Een vechtscheiding met Londen kan heel snel op een nieuw interne crisis van de Unie uitdraaien, de zoveelste in evenveel jaren.

 Blijft over: de Britten zelf. Men moet aanvaarden dat als vooral de oudere generatie Engelsen voor Brexit heeft gestemd, en dat dus met 43 jaar kennis van zaken heeft gedaan, er een ernstig probleem was. En dat het dus logisch is, het weer eens apart te proberen. Misschien lukt dat, misschien loutert die ervaring en beseffen de Britten over tien jaar eindelijk hoezeer Murdochs tabloids hen hebben belogen over de Unie.

 Want noch voordien, noch nu is er geen enkele indicatie dat Groot-Brittannië het veel beter gaat hebben in de toekomst, dan toen het lid was van de EU. Het blijft een gok, zelfs zonder dat we al weten wat de resultaten van de scheidingsonderhandelingen zullen zijn. Een gok die evengoed dramatisch verkeerd kan aflopen, in Little England, zonder Schotland, steeds meer in zichzelf gekeerd en bekrompen, en insulair verarmend, zoals Ierland dat eeuwenlang was. In die zin moet men hopen dat de Britse politieke klasse, die zich in dit dwaas verhaal nog eens extra dwaas heeft gedragen, haar les heeft geleerd. En dus ook kiest voor een Brexit met de minste schokken.


 





No comments:

Post a Comment