Saturday, 5 November 2016

De stagnatie van het Westen (2 en slot)



 Woensdagmorgen weet de wereld wie de komende vier jaar de 45ste president van de Verenigde Staten zal zijn. Inmiddels wordt de 44ste, Barack Obama, systematisch verweten dat onder zijn acht jaar aan het hoofd van de machtigste natie ter wereld, de Amerikaanse invloed – en de westerse in het algemeen – fors teruggedrongen is. Maar is die bewering ook juist?


 Op het eerste gezicht hebben de Verenigde Staten de voorbije acht jaar inderdaad aan invloed verloren, op een manier die niet meer gezien was sinds Jimmy Carter eind de jaren zeventig. Die liet de invloed van de Sovjetunie groeien in Afrika en Azië, zonder repliek te kunnen geven, en verloor Iran als schakel in Amerika’s netwerk van bondgenoten.


‘Barack Obama is de president onder wie drones, in combinatie met uitstekende inlichtingen, het geprefereerd instrument werden voor acties die vanuit het Witte Huis gepland en geleid worden, zonder veel inmenging van het Congres’



 Onder Barack Obama trokken de Verenigde Staten en hun bondgenoten hun troepen zo goed als terug uit Irak en Afghanistan. Amerika had geen weerwerk op Vladimir Putins militaire avonturen in Oekraïne, Georgië en Syrië, noch op China’s agressieve beleid in de Zuid-Chinese Zee. Evenmin kon het iets doen tegen het door Peking beschermde meest gevaarlijke regime ter wereld, in Noord-Korea. Obama schijnt tijdelijk nu ook Amerikaanse invloed in de Filippijnen te verspelen. Bovenal sloten de VS in het Nabije Oosten een betwiste deal met het onveranderlijk radicaal-islamistische Iran, hadden ze amper greep op de verwikkelingen van de mislukte Arabische lente en dreigde Obama wel inzake de burgeroorlog in Syrië, maar beet hij niet.

 Maar had de president een andere keuze? Onder George W. Bush leerde de Amerikaanse strijdmacht dat ze in staat is als geen andere ooit voorheen in de geschiedenis om razendsnel en onweerstaanbaar complexe landen en territoria te veroveren. Ze ondervond echter ook dat ze bij het handhaven van die verovering geen weerwerk heeft tegen geradicaliseerd verzet dat zonder scrupules gebruik maakt van terreur en zelfmoordsoldaten. De conventionele militaire overmacht blijft, zoals Harry Truman in 1950 al wist, enkel bruikbaar bij een bevolking die ze zelf in grote meerderheid als bevrijdend onthaalt, in sommige gevallen als afdreiging tegen avonturiers op het wereldtoneel, en in alle gevallen enkel als alle andere mogelijkheden uitgeput zijn, en er een reëel gevaar dreigt bij het uitblijven van militaire actie.

  Zeggen dat Obama de macht van de Verenigde Staten heeft uitgehold is echter een karikatuur. Er is, in de acht jaar die hij in het Witte Huis zat, amper bespaard op het defensiebudget. De nodige moderniseringen bij vooral de vloot en de luchtmacht zijn ingezet. Amerika draagt 90 % van de westerse militaire inspanning tegen IS, redde een aantal van de Europese naties in hun overmoedig ingrijpen in Libië in 2011, en levert de grootste troepenmacht in de versterking van de oostgrens van de Navo tegen Rusland. Het bouwt een subtiele relatie van bondgenootschap uit met India, dat militair een zachtaardige grootmacht is vergeleken bij China, maar zich wel wapent tegen de groeiende instabiliteit zowel ten oosten als ten westen van het subcontinent.



‘Het oude continent speelt militair al lang geen rol meer in de wereld, zoals het debacle in Libië bewees. Politiek blijft het hopeloos verdeeld, economisch zwakt zijn rol af’



 Bovenal is Barack Obama de president onder wie drones, in combinatie met uitstekende inlichtingen, het geprefereerd instrument werden voor acties die vanuit het Witte Huis gepland en geleid worden, zonder veel inmenging van het Congres. Ze dienden als militair antwoord - vaak efficiënt en vooral ver van de camera’s - tegen de leidende figuren van IS, Al Qaeda  of de Taliban. De drempel om drones vroeg of laat ook tot terreurwapens te maken is daarmee gevoelig verlaagd. Hezbollah heeft er al mee geëxperimenteerd tegen Israël. Maar voorlopig gelden ze als bewijs dat Barack Obama’s militair beleid sterk geleek op dat van Teddy Roosevelt ruim honderd jaar eerder: speak softly and take a big stick with you.

Putin

 De wereld is vandaag niet noodzakelijk minder stabiel dan twintig, vijfentwintig jaar geleden toen de Sovjetunie net uiteen gevallen was en Joegoslavië bloedig bezig was dat ook te doen, toen India en Pakistan met kernbommen experimenteerden, toen in Congo Mobutu wegviel en in Indonesië generaal Soeharto, toen een westerse krijgsmacht Koeweit moest bevrijden en nadien regelmatig cruise missiles afvuurde op Bagdad.

 Latijns-Amerika is vandaag een oase van democratie en razendsnelle ontwikkeling, lekker ver weg van grote wereldproblemen, ook al zijn er grote interne spanningen in Mexico, Brazilië en uiteraard Venezuela. Afrika lijdt onder de toenemende agressiviteit van islamisten in het noorden en onder het rauwe neo-kolonialisme – nog brutaler op grondstoffen en profijt gericht als dat van de Europeanen in de 19de eeuw – van China. Maar het kent ook steeds meer hoopvolle verhalen van snelle ontwikkeling, vooral in het zuiden en zuidoosten van het continent.

 Het Nabije Oosten is sinds de mislukte Arabische revolutie van 2011 een poel van ellende, met Marokko, Jordanië en wat emiraten aan de Golf als uitzondering. Egypte heeft een hardere dictatuur dan voorheen. In Syrië wordt het handhaven van het bloeddorstige regime van de Assads weer een optie. In Saoedi-Arabië verhardt het regime, zelfs in zijn al radicaal-islamistische ideologie en in zijn buitenlands expansionisme. Voor Iran moet men verhopen dat het akkoord van begin dit jaar met het westen helpt de interne maatschappelijke tegenstellingen te doen kantelen in het voordeel van diegenen die de versleten dictatuur van de sjiitische hogepriesters willen verzachten. Isräel houdt zich inmiddels gedeisd, telt de slagen bij de vroegere tegenstanders, heeft wat binnenpretjes over de kennismaking van de betweterige Europeanen met Arabische terreur, maar vertoont intern nog weinig van de dynamiek die het vroeger had.

  In de rest van Azië woont de helft van de wereldbevolking. China is de risico-factor, omdat het een dictatuur van een partij blijft. Die heeft al haar ideologie afgeworpen, waardoor enkel het nationalisme nog een basis van samenhorigheid is, maar is extreem afhankelijk van het behoud van economische groei. Zelfs bij de geringe terugval van de voorbije jaren blijkt hoe snel het regime in Beijing zich agressiever gaat gedragen naar buiten uit.

 Een kleinere risico-factor is Pakistan, dat zich snel blijft ontwikkelen en tegelijk nooit helemaal het aureool van potentiële failed state afwerpt. Zijn militairen handhaven de absurde rivaliteit met India om zelf te overleven. Het zuidoosten van Azië schaart zich stilletjes dichter bij de Verenigde Staten tegenover het machtsvertoon van Beijing – en de onwil van dat land om een eind te maken aan de absurditeit van Noord-Korea -, in naam van de vrijhandel en wat democratie. Hoe kwetsbaar die laatste blijft in een werelddeel dat een dergelijk systeem pas een goede kwarteeuw kent, bewijzen onder meer de Filippijnen en Thailand.

 Tenslotte Europa. Het oude continent speelt militair al lang geen rol meer in de wereld, zoals het debacle in Libië bewees. Politiek blijft het hopeloos verdeeld, economisch zwakt zijn invloed af. Populistische bewegingen intern dringen aan op een nieuw Europees egoïsme en de afbouw van een humanitair engagement wereldwijd, zowel tegenover migranten als inzake ontwikkelingshulp en vrijhandel. Rondom het continent zijn de brandhaarden niet te tellen en zijn twee van de grote buren – Rusland en Turkije – weer op dictaturen overgeschakeld. Hun aanpak vindt zelfs wat voorzichtige navolgers binnen de Europese Unie zoals Viktor Orban in Hongarije en Jaroslaw Kaczynski in Polen.



‘Met het einde van de groei en de gigantische vergrijzingsklap binnen het komende decennium gaat ook China roerige tijden tegemoet’


 Tegenover Putins militaire avonturen heeft de Europese Unie geen antwoord. Inzake de Oekraïne kon ze een onstabiele wapenstilstand bereiken met wat weinig indrukwekkende economische sancties en vooral het loslaten van de democratische en Europese aspiraties van een meerderheid van de Oekraïense bevolking. Zelfs in het Europees Parlement rijzen nu stemmen op om de Europese defensie-inspanningen op te voeren, maar voorlopig zijn die roepende in de woestijn. De Unie zelf maakt een ongekende crisis mee, ook in haar leiding waar het teveel aan gedulde nitwits zich begint te wreken. De dynamiek van samenwerking en vrijhandel is weg, zeker nu die oude wereldmacht, Groot-Brittannië, het voor bekeken houdt.  Er is gelukkig wel, en nog altijd, vrede, en zelfs welvaart. Maar hoelang nog?

Calimero

 De westerse invloed in de wereld is de jongste tien jaar ongetwijfeld een stuk gekrompen. De mislukte invasie in Irak, het verhaal van uitgebreide Amerikaanse folteringen daar, en van Guantanamo, hebben net als de oorlog in Vietnam destijds een klap toegediend aan de westerse geloofwaardigheid. De financiële en economische crisis van de afgelopen acht jaar deden twijfels groeien aan de liberale economie, en nu in het Westen zelf aan het idee van vrijhandel. Het verlies van Turkije, Rusland, Thailand of de Filippijnen uit de familie van ontluikende of al reële democratieën is tekenend. De stagnatie van Japan, Europa en in mindere mate de VS roept twijfels op. De Arabische revolutie, die in essentie democratisch was, mislukte, vergelijkbaar met die van 1848 in Europa, omdat democratie uiteindelijk naar de overwinning van het conservatieve platteland leidde. De steden verkozen in dat geval een terugkeer van de militairen.

 Toch hoeft die teruggang van het westen net als in de jaren zeventig geen fataliteit te zijn. Uiteraard krimpt het aandeel van de Verenigde Staten en Europa samen in de wereldeconomie vandaag tot 35 %, daar waar het in 1945 nog meer dan het dubbele was. Maar dat is eerder een symptoom van toename van welvaart elders, waarvoor geen betere impuls gevonden is dan de combinatie van vrede, vrijhandel en democratie die het eerst in Europa en Amerika tot stand kwam.

  Dictaturen destabiliseren dat patroon uiteraard. Ze bestaan immers maar bij de gratie van de eigen sublimering van vermeende buitenlandse vijanden. Ze zijn vooral symptomen van het falen in de zoektocht naar een evenwichtige welvaart voor de eigen bevolking, en dus op termijn altijd gedoemd. China lijkt daarop nog even een uitzondering, maar met het einde van de groei en de gigantische vergrijzingsklap binnen het komende decennium (als gevolg van de gedwongen een-kindpolitiek sinds de jaren zeventig) gaat dat land roerige tijden tegemoet en is de nieuwe welvaart daar nog lang niet verzekerd.



Vraag aan een Chinees, een Arabier of een Rus waar naartoe hij het eerst zou emigreren en het antwoord ligt zo voor de hand’



 Het westen – vooral de Verenigde Staten - blijft inmiddels op wereldschaal veel meer superieur dan die 35 % van de wereldeconomie doet uitschijnen, als men het over investeringen, research (zowel middelen als resultaten), onderwijs, innovatie, of het creëren van wereldleiders in het bankwezen of bedrijfsleven heeft. De wereldhandel blijft maar mogelijk dankzij de waarborg van de Amerikaanse vloot inzake de veiligheid van de zeven wereldzeeën, met de elf vliegdekschepen van de Navy (foto van AP: drie van de elf, en wat hulpmiddelen) die talrijker zijn dan wat wat de rest van de wereld op dat vlak bijeen kan brengen. Vraag aan een Chinees, een Arabier of een Rus waar naartoe hij het eerst zou emigreren en het antwoord ligt zo voor de hand.

 De gekrompen economische power betekent wel dat de middelen voor de eigen defensie – in de brede zin van het woord, dus ook met diplomatie of in de strijd tegen terrorisme – relatief beperkter worden. Samen met het besef dat het militair instrument, hoe sterk soms ook, maar in specifieke omstandigheden bruikbaar is, zal dit bij de volgende Amerikaanse presidenten ongetwijfeld tot een gerichter inzet van de overzeese middelen van de VS leiden, een proces dat onder Barack Obama is begonnen.

 Het grootste belang van Amerika ligt daarbij in Azië, niet meer in Europa. Dat Washington iedere keer de West-Europeanen, die hun eigen buitenlands beleid verwaarlozen en tegenover de VS nog al te vaak blijk geven van Calimero-frustraties, zullen blijven bijspringen in tijden van nood, wordt hoe langer hoe minder waarschijnlijk.






















No comments:

Post a Comment