Friday, 7 October 2016

De nieuwe slag om de waarheid





Er is, vooral onder impuls van internet en de sociale media, een nieuwe slag om ‘de waarheid’ aan de gang. Zowel bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen als bijvoorbeeld in de Russische media in de aanloop naar het nieuwe Nederlandse rapport over vlucht MH 17 werd met de nieuwe technieken het oude adagium van Joseph Goebbels toegepast: als je een leugen maar massaal herhaald wordt ze wel waarheid. Maar is wat vandaag gebeurt dan zo nieuw?

 Een paar weken geleden bracht het Britse weekblad The Economist een omslagverhaal over ‘post-truth politics’. De aanleiding was het feit dat de Republikeinse presidentskandidaat Donald Trump zo gemakkelijk wegkomt met onwaarheden zoals die over de geboorte-acte van president Obama. Het blad verwees ook naar de bewering van het Brexit-kamp in het gelijknamige Britse referendum van 23 juni, als zou bij het verlaten van de EU per week 350 miljoen pond vrijkomen voor de nationale ziekteverzekering NHS.

 Het weekblad definieerde ‘post-truth politics’ als ‘het zich baseren op beweringen die als waar aanvoelen, maar geen basis hebben in feiten’. Op zich is zoiets niets nieuws, maar nieuw is volgens The Economist wel ‘dat ooit het doel van politiek liegen er in bestond een verkeerde visie van de wereld te verspreiden’. Bij Trump daarentegen ‘is het er niet op gericht de elite te overtuigen, maar om vooroordelen te versterken’.


‘Julius Caesar was zijn eigen meesterlijke spindoctor in uitermate vlot geschreven beschrijvingen van zijn oorlogen, waarin zijn eigen heldhaftigheid en helder inzicht subtiel werd aangesmeerd’


 Het weekblad ging verder in zijn analyse met op te merken dat vandaag ‘de emoties tellen en niet de feiten’, dat wantrouwen en woede de massa leidt, ook tegenover ‘de opinie van experten en gevestigde instellingen’, en dat al die fenomenen worden versterkt door de versplintering van de media in een hyper-concurrentiële markt. Finaal slaagt het blad - dat al een tijd niet meer het niveau haalt van twintig jaar geleden - er niet in te overtuigen dat er fundamenteel iets veranderd is met de zoektocht naar waarheid in onze tijd, en bouwt het een defensieve stelling op dat de elites ‘een taal van weerlegging’ moeten beginnen ontwikkelen.

Hitler

 Liegen en feiten verdraaien in de politiek is zo oud als de straat. Twee en half millennia geleden beschreef de bedaarde Thucydides al uitgebreid hoe de volksdemagoog Alcibiades, steenrijk, verwend, womaniser (afgewisseld met af en toe een jongen) en arrogant, de Atheners in een oorlog met Sparta stortte, die de glorierijke stadsstaat van Pericles (de oom van Alcibiades) fataal werd. Julius Caesar, vierhonderd jaar later, was zijn eigen meesterlijke spindoctor in uitermate vlot geschreven beschrijvingen van zijn oorlogen, waarin zijn eigen heldhaftigheid en helder inzicht subtiel werden aangesmeerd.

 In ieders herinnering is Comical Ali, de woordvoerder van Saddam Hoessein die in 2003 - toen nog zonder internet - bleef beweren dat er niets aan de hand was terwijl de Amerikanen al in Bagdad stonden. En al wie de voorbije jaren bij de herinnering aan de Eerste Wereldoorlog de herdrukte kranten-artikels van 1914 heeft kunnen lezen, zal wel gemerkt hebben dat er in die tijd nog veel meer fantasierijk met het nieuws werd omgesprongen dan vandaag. Bij de Duitsers was er toen enkel de berichtgeving van de opperste legerleiding, die er tot 1918 in slaagde te doen geloven dat er louter overwinningen werden geboekt. Toen het hongerende volk na vier jaar ontbering dan plots vernam dat de finale nederlaag er zat aan te komen, ontplofte de volkswoede.

 Het voorbeeld van Duitsland toont ook aan hoe destabiliserend de leugen kan zijn. Na de leugenachtige belofte dat Duitsland ging winnen, nam generaal Ludendorff, de pre-facistische en feitelijke dictator van het land in die jaren, op het moment dat hij de nederlaag zag aankomen, snel ontslag. Zo kon hij des te beter de mythe verspreiden dat het de revolutionaire burgers waren die de legerleiding een dolk in de rug hadden gestoken.


‘Zelfs de lokale krant van een van die eilandenstaatjes in de Stille Oceaan kan je vandaag in real time downloaden en betalen’


 Zo legde hij de humus waarin Hitler groot werd, die Duitsland en Europa in nieuwe, nooit verkende niveaus van geweld en misdadigheid zou storten. De quasi democratisch verkozen Hitler was echter ook de emanatie van een illusie: een diep verlangen bij de Duitse bevolking naar terugkeer naar de gouden tijden van 1914, die door de nederlaag van 1918, de Grote Inflatie van 1923 en de beurscrash van 1929 verder dan ooit leken. Daarvoor konden enkel de heersende politici de schuldigen zijn en werd elke schreeuwende nieuwkomer als bevrijder binnengehaald. Er waren in de Weimar-republiek wel degelijk media die weerwerk boden tegen de nationalistische pathos, maar zij werden overstemd.

Murdochisatie

  Is er dan niets aan de hand vandaag? Toch wel. De wijze waarop mensen zich informeren is op een kwarteeuw tijd immens veranderd. Eind van de jaren tachtig kon je in de Europese hoofdstad Brussel op hoop en al zes plekken op vrijdagmorgen de nieuwe Economist kopen. Per post kwam die op dinsdag in je bus. Wilde je na 17 uur een gegeven opzoeken, bijvoorbeeld een korte biografie van Einstein, dan moest je ofwel een encyclopedie in huis hebben ofwel wachten tot de bib de volgende dag om 9 uur weer open ging. En als je nieuws uit pakweg Oostenrijk wou volgen, kon je ofwel een Oostenrijkse krant per post laten toekomen - met dagen vertraging dus - ofwel een moeizame poging wagen om via een kortegolf-zender de internationale uitzendingen van de Oostenrijkse radio te capteren. Een stadsplan vinden van een buitenlandse stad kon je enkel door er ter plaatse een te kopen.

 Vandaag is die samenleving van schaarse informatie door de revolutie van internet en draadloze telefonie omgezet in een van overvloed. Zelfs de lokale krant van een van die eilandenstaatjes in de Stille Oceaan kan je in real time downloaden en betalen. Toen de Amerikanen op 2 mei 2011 in Abbottabad Osama Bin Laden ombrachten, ging de tweet van een inwoner van die stad die helikopters hoorde binnen enkele minuten de wereld rond. Persconferenties, toespraken, concerten en webcams van de andere kant van de wereld zijn rechtstreeks te volgen, zoals trouwens elk zichzelf respecterend parlement (en straks ook de gemeenteraden). Zoek op Google ‘Albert Einstein’ en je krijgt 60 miljoen hits (waarbij de kunst er in bestaat de degelijke te vinden).

 Dit heeft een geweldige impact gehad op de media natuurlijk, die plots in een hyper-concurrentiële informatie-omgeving zijn terecht gekomen. Daardoor is een tendens versterkt, die al aan het doorbreken was voor het internet: de Murdochisatie van de media (foto: The Times en The Sun over hetzelfde onderwerp, in 1984 en in 2011: de ene evolueerde dichter naar de andere). Het was inderdaad Rupert Murdoch die vanaf de jaren zeventig het businessmodel van informatiemedia ging enten op datgene wat huis-aan-huisbladen en sommige radio- en tv-stations in de VS al deden. Publiciteit diende niet langer als stoplap om de prijs van de informatie te verlagen, maar werd de essentie van mediabedrijven. Daar komen de inkomsten vandaan, terwijl informatie als kost net voldoende laag moet worden gehouden om toch nog geloofwaardig te blijven als drager van de publiciteit.


'Smaad, eerroof en laster zijn vandaag zo courant als vliegen, maar zeker de nog steeds tergend traag evoluerende justitiemachine kan zoiets niet aan' 



 Dat model overheerst vandaag, en heeft zelfs de inhoud van wat ooit ‘kwaliteitsmedia’ werd genoemd doen verschuiven: van institutioneel nieuws uit macro-perspectief met nadruk op (geschreven of gesproken) analyse en ratio, naar visueel, geïndividualiseerd en gepersonaliseerd, emotioneel, en rechtstreeks gebracht nieuws. De verschuiving is ook thematisch. El Pais moet in Europa zowat de laatste krant zijn die nog begint - vanaf pagina 2 - met internationaal nieuws, met daarna het politieke, economische, culturele enzovoort.

 Vandaag domineren de thema’s die een kwarteeuw geleden het monopolie van volksere kranten en tabloids waren: politie en criminaliteit, rampen en ongevallen, sport, en celebrities en een vleugje seks. Het horrorscenario dat vijftien jaar geleden werd voorspeld - dat het internet gedomineerd zou worden door geldezels als geweld, harde porno en sport - is maar heel gedeeltelijk uitgekomen. Uiteindelijk blijft het de amorfe mainstream-opinion die het meest publiciteit oplevert, ook voor de nieuwe grote online media-spelers als Facebook, Google en andere Instagrams.

 De combinatie van die twee tendenzen - murdochisatie en internet - is een oververhit informatie-aanbod waarin de emotie domineert, en waarin de jacht op de advertentie-inkomsten de drijvende kracht blijft. Zijdelings is er het effect dat iedereen zijn eigen medium is, van Facebook tot Twitter, en dat niet altijd beseft, zoals de tonnen bagger bewijzen die gefrustreerde mannen over vrouwelijke politici op Twitter uitspuwen. Smaad, eerroof en laster zijn vandaag zo courant als vliegen, maar zeker de nog steeds tergend traag evoluerende justitiemachine kan zoiets niet aan.

Fake-twitters

  Mensen en instellingen die een media-boodschap willen uitdragen, moeten met die nieuwe evoluties rekening houden. Op het hoogste niveau van de wereldpolitiek moeten ze dus trachten er greep op te krijgen. Barack Obama gebruikte als eerste internet als volwaardig campagne-middel in 2008, zij het vooral om via de profilerings-databanken van Google selectiever potentiële kiezers te kunnen aantrekken.

 Rechtstreeks greep krijgen op de immense communicatiestroom is in eerste instantie uitgeprobeerd door grote dictaturen die daar nood aan hadden, zoals het regime van Vladimir Putin, op de voet gevolgd door China. Bij beide is de techniek om de verspreiding van negatieve verhalen over het bewind tegen te houden, verfijnd. In Beijing gebeurt dat vooral op repressieve wijze - via afsluitmechanismen van het internet -, in Rusland door een overaanbod te creëren waarbij de negatieve boodschap via sociale media verdronken wordt in een oceaan van reacties.

 Dat laatste wordt zelfs mechanisch gegenereerd, via een overvloed van fake-twitters die ongeveer dezelfde boodschap uitsturen bijvoorbeeld. Die techniek zou ook het campagne-team van Donald Trump gebruiken, op het moment dat Hillary Clinton boodschappen de wereld instuurt die de Republikeinse kandidaat pijn kunnen doen.

 Al die evoluties kunnen behoorlijk destabiliserend werken en doen dat vandaag ook. De westerse wereld is daar kwetsbaar voor omdat hij zich, zoals in de vroege jaren dertig van vorige eeuw, in een langdurige fase van economische crisis bevindt die de bevolking ontevreden houdt en vatbaar maakt voor fluitende rattenvangers. Zoals toen reageert het regerende establishment verkrampt, door ofwel zich in te kapselen tegen de nieuwe trends, ofwel ze radicaal en artificieel achterna te lopen, waarbij men vooral zichzelf belachelijk maakt. Dat ook de democratie op die manier achter een leugen kan aanhollen die haar fataal wordt, bewezen zowel het Athene van Alcibiades als het Duitsland van Ludendorff.


‘Gratis informatie bestaat niet. Dat is in het beste geval een illusie, in de meeste gevallen een corrumpering van feiten, in de ergste variante een permanent herhaalde leugen’


 Anderzijds is er niets nieuws aan de strijd tussen feiten en verdraaiingen, tussen waarheid en leugens, ook al zijn de omstandigheden van dat gevecht andermaal radicaal veranderd. In het eerste decennium van de 20ste eeuw braken in Groot-Brittannië de tabloids door. Dat waren spotgoedkope kranten die heel de bevolking – waarvan grote delen maar recent hadden leren lezen – bereikten met sensationele koppen, dito foto’s en zo min mogelijk tekst. Daarbij ging het een beetje over politiek, maar vooral over ogenschijnlijk banale onderwerpen als criminaliteit, roddels over beroemdheden of het (toen nog vrij nieuwe gegeven van) sport. Het effect daarvan had verscheidene jaren een detabiliserende en verlammende werking op de Britse politieke klasse, en verklaart mee waarom Groot-Brittannië in augustus 1914 toch mee de oorlog op het continent aanging.

Ratio

 Er is echter geen andere keuze dan het dagelijks gevecht om de waarheid en de feiten te blijven voeren. Dat moet gebeuren met het inzicht in de snelle evolutie van de informatie-technologie, en dus ook met de nodige inzet om die te beheersen en aan te wenden in de dienst van verlichting en vooruitgang in plaats van die van het obscurantisme. 

 Daarbij blijft de boodschap gelden dat enkel ratio, een open geest en respect voor feiten in staat zijn oplossingen uit te vinden en toe te passen voor de vele en vaak grote maatschappelijke problemen. En blijft het ook zinvol mensen van in hun kinderjaren te leren vragen stellen over hun bronnen van informatie: wat zijn de harde feiten,  kan die specifieke informatie betrouwbaar zijn, wie zegt wat en vooral met welk doel, waarom lekt iets uit en wie zou daar belang bij kunnen hebben?

 Inmiddels evolueert ook het media-landschap weer verder, en ziet men een reactie groeien tegen de door commercialisering gecorrumpeerde, en door besparingen steeds minder betrouwbare klassieke media. Er onstaan niches op het internet, waarbij een of meerdere journalisten hun expertise in een bepaalde sector gebruiken om originele en betrouwbare informatie te brengen. Die verkopen zij uiteraard, in de financieel-economische sector zelfs aan dure prijzen, zodat er geen publiciteit nodig is.

 Het media-verhaal van de komende decennia wordt dat wie betrouwbare informatie wil er best voor betaalt, zoals je dat ook doet voor fraaie mode, dure auto’s of de film-database voor op de flat screen. Gratis informatie bestaat niet. Dat is in het beste geval een illusie, in de meeste gevallen een corrumpering van feiten, in de ergste variante een permanent herhaalde leugen.













No comments:

Post a Comment